Ga naar inhoud

Toetsingsinkomen: dit moet je weten

Bij het aanvragen van toeslagen kom je steeds hetzelfde begrip tegen: het toetsingsinkomen. De Belastingdienst gebruikt dit bedrag om te bepalen of je recht hebt op toeslagen en hoe hoog die zijn. Op deze pagina lees je precies wat er meetelt, wat niet en hoe je het berekent.

Gecontroleerd mrt. 20265 min

Wat is toetsingsinkomen?

Het toetsingsinkomen is het inkomen waar de Belastingdienst naar kijkt bij het berekenen van toeslagen. Het geldt voor alle vier de toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag.

Doe je belastingaangifte? Dan is je toetsingsinkomen gelijk aan je . Dat is de som van je inkomen uit box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (sparen en beleggen), na aftrek van aftrekposten.

Doe je geen aangifte? Dan gebruikt de Belastingdienst je belastbaar loon. Dat staat op je jaaropgaaf als 'loon voor de loonheffing'. Voor de meeste werknemers komt dit neer op ongeveer je bruto-jaarsalaris.

Wat telt mee?

De volgende inkomsten tellen mee voor je toetsingsinkomen:

  • Salaris of loon – je bruto-inkomen uit werk, inclusief vakantiegeld
  • Bonus en dertiende maand – eenmalige uitkeringen van je werkgever tellen volledig mee
  • Overwerkvergoeding – structureel of incidenteel, het telt allemaal mee
  • Uitkeringen – WW, WIA, Wajong, bijstand en ziektewetuitkeringen
  • Pensioen en AOW – ook pensioeninkomen telt mee voor je toetsingsinkomen
  • Winst uit onderneming – de winst van je eigen bedrijf, na aftrek van ondernemersaftrek
  • Inkomen uit verhuur – huurinkomsten als je een pand verhuurt (resultaat uit overige werkzaamheden)
  • Buitenlands inkomen – ook inkomen uit het buitenland telt mee
  • Alimentatie – als je partneralimentatie ontvangt, telt dat mee als inkomen
  • Pgb-inkomen – bied je zorg en word je betaald uit een persoonsgebonden budget? Dan telt dit mee

Wat telt niet mee?

Niet al je inkomsten tellen mee. De volgende bedragen blijven buiten je toetsingsinkomen:

  • Toeslagen zelf – zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag tellen niet mee
  • Kinderbijslag – dit is een vast bedrag per kind en telt niet als inkomen
  • Studiefinanciering – basisbeurs en aanvullende beurs zijn geen inkomen
  • Leningen en giften – geld dat je leent of als gift ontvangt, is geen inkomen
  • Spaargeld en vermogen – je spaarsaldo telt niet direct mee. Maar als je vermogen boven de vrijstelling uitkomt, heb je wel inkomen uit box 3. Dat verhoogt je toetsingsinkomen
  • Onkostenvergoedingen – reiskostenvergoeding, thuiswerkvergoeding en andere onbelaste vergoedingen

Verschil met andere inkomensbegrippen

Er zijn meerdere inkomensbegrippen in Nederland. Dat kan verwarrend zijn. Hier zie je de verschillen op een rij:

  • Bruto-inkomen – je loon voor aftrek van belasting en premies. Staat op je loonstrook.
  • Netto-inkomen – wat je overhoudt na belasting. Dit gebruikt de Belastingdienst niet voor toeslagen.
  • Verzamelinkomen – de som van je inkomen uit box 1, box 2 en box 3, na aftrek van aftrekposten. Dit is waar de Belastingdienst je belasting over berekent.
  • Toetsingsinkomen – voor de meeste mensen gelijk aan het verzamelinkomen. De Belastingdienst gebruikt dit specifiek voor toeslagen.

In uitzonderlijke gevallen kan het toetsingsinkomen afwijken van het verzamelinkomen. Dat speelt bijvoorbeeld bij buitenlands inkomen of specifieke vrijstellingen. Voor de meeste werknemers zijn beide bedragen gelijk.

Impact op je toeslagen

Hoe hoger je toetsingsinkomen, hoe lager je toeslagen. Elke toeslag heeft eigen inkomensgrenzen en afbouwpercentages. Hieronder zie je per toeslag hoe het werkt:

  • Zorgtoeslag – boven een bepaald inkomen daalt je zorgtoeslag geleidelijk. Boven de inkomensgrens krijg je geen zorgtoeslag meer.
  • Huurtoeslag – naast je inkomen telt ook je huurprijs mee. Een hoger inkomen betekent een hogere eigen bijdrage en minder huurtoeslag.
  • Kindgebonden budget – je ontvangt een basisbedrag per kind. Boven een inkomensgrens wordt het budget afgebouwd met een vast percentage.
  • Kinderopvangtoeslag – het vergoedingspercentage daalt naarmate je meer verdient. Bij een hoger inkomen vergoedt de overheid een kleiner deel van de opvangkosten.

Heb je een ? Dan telt het toetsingsinkomen van je partner ook mee. De Belastingdienst kijkt naar jullie gezamenlijke inkomen.

Wijzigingen doorgeven

Verandert je inkomen? Geef dat dan zo snel mogelijk door. De Belastingdienst berekent je toeslagen op basis van een schatting. Als je inkomen hoger uitvalt dan verwacht, kun je toeslagen moeten terugbetalen.

Wanneer doorgeven?

Geef wijzigingen zo snel mogelijk door. Denk aan een salarisverhoging, nieuwe baan, bonus, of het wegvallen van inkomen. Ook als je partner meer of minder gaat verdienen, heeft dat invloed.

Hoe geef je het door?

Log in op Mijn Toeslagen en pas je geschatte jaarinkomen aan. De Belastingdienst past je voorschot dan direct aan. Zo voorkom je een terugvordering achteraf.

Ken je iemand voor wie dit ook handig is?