Ga naar inhoud

Vermogensbelasting (box 3)

In 2026 betaal je vermogensbelasting (box 3) als je vermogen op 1 januari hoger is dan € 59.357 per persoon, of € 118.714 met een fiscaal partner. Over het deel boven die vrijstelling rekent de Belastingdienst een fictief rendement, waarover je 36% belasting betaalt. Wat je werkelijk verdient aan rente of beleggingswinst maakt daarbij niet uit.

Hoeveel belasting je betaalt hangt af van het soort vermogen, de hoogte ervan en of je een fiscaal partner hebt. Met onze gratis rekentool bereken je het in 30 seconden.

8 min

Bereken je vermogensbelasting

Vul je spaargeld, beleggingen en schulden in en zie direct hoeveel belasting je betaalt.

  • Gratis en zonder account
  • Je gegevens worden niet bewaard
  • Klaar in 30 seconden
Start berekening

Belastingdienst-methode

We berekenen met dezelfde formule als de Belastingdienst

Privacy-first

Je gegevens worden niet bewaard of verstuurd

Direct resultaat

Klaar in 30 seconden, inclusief PDF-export

Wat is box 3?

Het Nederlandse belastingstelsel kent drie “boxen”. In box 1 betaal je belasting over je inkomen uit werk en woning. Box 2 gaat over aanmerkelijk belang (5% of meer van de aandelen in een bv). Box 3 gaat over je vermogen: spaargeld, beleggingen en andere bezittingen.

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een bepaald rendement behaalt op je vermogen, het zogenaamde forfaitair rendement. Over dit fictieve rendement betaal je 36% belasting. Het maakt niet uit of je werkelijk winst of verlies hebt gemaakt.

De drie vermogenscategorieën

Sinds 2023 verdeelt de Belastingdienst je vermogen in drie categorieën, elk met een eigen forfaitair rendementspercentage:

  1. Banktegoeden – spaarrekeningen, betaalrekeningen, deposito's en contant geld boven de vrijstelling (€ 672 per persoon in 2026). Laagste rendement (1,28% in 2026, voorlopig).
  2. Overige beleggingen – aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, crypto, tweede woning, verhuurde panden, vorderingen en kunst. Hoogste rendement (6,00% in 2026).
  3. Schulden – persoonlijke leningen, doorlopend krediet, studieschuld. Verlagen je belastbare grondslag (2,70% aftrek in 2026, voorlopig).

Daarnaast kennen groene beleggingen (groensparen, groenfondsen) een aparte vrijstelling. Het vrijgestelde deel telt niet mee in box 3. Groen spaargeld boven de vrijstelling telt mee als spaargeld. Groene fondsen boven de vrijstelling tellen mee als belegging. Lees meer over de groene vrijstelling.

Hoe werkt de berekening?

1

Vermogen op 1 januari

Tel je spaargeld, beleggingen en schulden op peildatum 1 januari van het belastingjaar.

2

Forfaitair rendement

Per categorie berekent de Belastingdienst een fictief rendement. Spaargeld heeft een lager percentage dan beleggingen.

3

Vrijstelling van je vermogen aftrekken

Alleen het deel van je vermogen boven het heffingsvrij vermogen (€ 59.357 in 2026) telt mee. Met een partner is dat het dubbele.

4

36% belasting

Over het fictieve rendement op dat deel betaal je 36% inkomstenbelasting.

Tarieven en vrijstellingen per jaar

De forfaitaire rendementspercentages en vrijstellingen verschillen per belastingjaar. Hieronder een overzicht:

JaarSpaargeldBeleggingenSchuldenVrijstelling
20241,44%6,04%2,61%€ 57.000
20251,37%5,88%2,70%€ 57.684
2026*1,28%6,00%2,70%€ 59.357

* Percentages 2026 voor spaargeld en schulden zijn voorlopig. Het tarief is elk jaar 36%.

Bereken je vermogensbelasting

Gratis en zonder accountJe gegevens worden niet bewaardKlaar in 30 seconden

Veelgestelde vragen over box 3

Wanneer betaal ik vermogensbelasting?

Je betaalt vermogensbelasting als je vermogen op 1 januari boven de vrijstelling uitkomt. In 2026 is die vrijstelling € 59.357 per persoon (€ 118.714 met een fiscaal partner). In 2025 was dat € 57.684 per persoon. Vermogen onder de vrijstelling is belastingvrij.

Telt mijn hypotheek mee als schuld in box 3?

Meestal niet. De schuld voor je eigen woning (eigenwoningschuld) valt in box 1, niet in box 3. Heb je een deel van je hypotheek voor iets anders gebruikt, zoals een auto? Dan telt dat deel als schuld in box 3. Dat geldt ook voor een hypotheek op een tweede woning of beleggingspand. Bekijk welke schulden meetellen.

Telt crypto mee voor box 3?

Ja, cryptocurrency zoals bitcoin en ethereum telt mee voor box 3, onder “overige beleggingen”. Je geeft de waarde op peildatum 1 januari op. De Belastingdienst rekent met het forfaitaire rendement voor beleggingen (6,00% in 2026).

Wat is het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement?

Bij forfaitair rendement gaat de Belastingdienst uit van een fictief rendement per vermogenscategorie, ongeacht wat je werkelijk hebt verdiend. Het plan was om vanaf 2028 belasting te heffen over je werkelijke rendement. Dat wetsvoorstel ligt sinds juni 2026 stil in de Eerste Kamer. Eind september 2026 koos het kabinet een nieuwe route: met een novelle komt er vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting voor aandelen, obligaties en opties. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer moeten daar nog over beslissen. Tot er een nieuw stelsel is, geldt de Overbruggingswet met forfaitaire percentages. Was je werkelijke rendement lager? Dan kun je dat voor de jaren vanaf 2021 doorgeven met de tegenbewijsregeling. Lees meer over wat er gaat veranderen.

Telt mijn studieschuld mee in box 3?

Ja. Je studieschuld bij DUO telt mee als schuld in box 3. Je geeft het bedrag op 1 januari op. Samen met je andere schulden verlaagt die je vermogen, voor het deel boven de schuldendrempel. Kan je studieschuld nog worden omgezet in een gift? Dan telt die niet mee. Bekijk welke schulden meetellen.

Kan ik box 3 verdelen met mijn partner?

Ja. Fiscale partners mogen het gezamenlijke vermogen in elke verhouding verdelen. Jullie krijgen samen de dubbele vrijstelling, hoe je de grondslag ook verdeelt. Voor de box 3-belasting zelf maakt de verdeling dus niet uit. Lees meer over verdelen met je partner.

Wat is de peildatum?

De peildatum is 1 januari van het belastingjaar. Al je bezittingen en schulden worden gemeten op dat moment. Doe je aangifte over 2026? Dan tel je je vermogen op 1 januari 2026.

Zijn groene beleggingen vrijgesteld?

Ja, groene beleggingen (groensparen, groenfondsen) zijn tot een bepaald bedrag vrijgesteld in box 3. In 2026 is tot € 26.715 per persoon vrijgesteld, bovenop het reguliere heffingsvrij vermogen. Vraag je bank of het product kwalificeert.

Ken je iemand voor wie dit ook handig is?

Werk je bij een organisatie? Deze calculator is gratis in te bouwen op je eigen website. Bekijk de embed