Ga naar inhoud

Box 3: welke bezittingen en schulden tellen mee?

In box 3 betaal je belasting over je vermogen. Maar niet alles wat je bezit telt mee. Je eigen woning, je auto en je inboedel vallen er bijvoorbeeld buiten. Op deze pagina lees je precies welke bezittingen en schulden de Belastingdienst meetelt, en welke niet.

5 min

De drie vermogenscategorieën

Sinds 2023 verdeelt de Belastingdienst je vermogen in drie categorieën. Elke categorie heeft een eigen forfaitair rendement. Dat is een fictief rendement waarmee de Belastingdienst rekent, ongeacht hoeveel je werkelijk hebt verdiend.

  1. Banktegoeden – spaargeld, betaalrekeningen en deposito's. Laag forfaitair rendement (1,28% in 2026, voorlopig).
  2. Overige beleggingen – aandelen, crypto, vastgoed, vorderingen en meer. Hoger forfaitair rendement (6,00% in 2026).
  3. Schulden – het deel boven de drempel verlaagt je rendement (2,70% in 2026, voorlopig).

De percentages voor banktegoeden en schulden over 2026 zijn voorlopig. Ze worden begin 2027 definitief vastgesteld.

Deze verdeling komt uit de Overbruggingswet box 3, die geldt tot het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement ingaat. Volgens de Belastingdienst is dat waarschijnlijk per 2028, maar dat is nog onzeker. Hoe meer van je vermogen in banktegoeden zit, hoe lager je belasting uitvalt.

Wat valt onder banktegoeden?

Banktegoeden zijn alle bedragen die je op een bankrekening hebt staan. De Belastingdienst kijkt naar de waarde op 1 januari van het belastingjaar (de peildatum).

Overzicht banktegoeden in box 3
BezittingTelt mee?
BetaalrekeningenJa
SpaarrekeningenJa
Termijndeposito’sJa
Buitenlandse bankrekeningenJa
Contant geld boven € 672 (2026; € 1.344 met fiscaal partner)Ja

Wat valt onder overige beleggingen?

Alles wat geen banktegoed en geen schuld is, valt onder “overige beleggingen”. Dit is de categorie met het hoogste forfaitaire rendement. Je geeft de waarde op per 1 januari.

Overzicht overige beleggingen in box 3
BezittingWaardering
Aandelen (ook buitenlandse)Beurswaarde op 1 januari
ObligatiesBeurswaarde op 1 januari
Beleggingsfondsen / ETF’sBeurswaarde op 1 januari
CryptocurrencyMarktwaarde op 1 januari
Tweede woningWOZ-waarde
Verhuurde woningWOZ-waarde × leegwaarderatio
Vorderingen op derdenNominale waarde
Kunst en antiek (als belegging)Taxatiewaarde
Onverdeelde erfenissenWaarde van jouw aandeel
Lijfrenten (niet in box 1)Waarde op 1 januari

Heb je een verhuurde woning? Dan mag je de WOZ-waarde verlagen met de leegwaarderatio. Dat is een korting op de WOZ-waarde, omdat er een huurder in de woning zit. Hoe lager de huur ten opzichte van de WOZ-waarde, hoe lager de waarde die je opgeeft. Bij een tijdelijk huurcontract (vanaf 2023) geldt de leegwaarderatio niet: je geeft dan de volle WOZ-waarde op. Verhuur je aan familie of een eigen bv tegen een lagere huur dan gebruikelijk? Dan geldt 100% van de WOZ-waarde.

Bekijk de leegwaarderatio-tabel

De leegwaarderatio hangt af van de verhouding tussen de jaarhuur en de WOZ-waarde van de woning. Deze tabel geldt voor 2023 tot en met 2026 en alleen bij een huurder met huurbescherming.

Jaarhuur / WOZ-waardeLeegwaarderatio
Meer dan 0% tot en met 1%73%
Meer dan 1% tot en met 2%79%
Meer dan 2% tot en met 3%84%
Meer dan 3% tot en met 4%90%
Meer dan 4% tot en met 5%95%
Meer dan 5%100%

Voorbeeld: de WOZ-waarde is € 300.000, de jaarhuur is € 7.200 (2,4%). De leegwaarderatio is 84%. Je geeft € 300.000 × 84% = € 252.000 op als waarde in box 3.

Welke schulden tellen mee?

Schulden verlagen je vermogen in box 3. Hoe meer schulden je hebt, hoe minder belasting je betaalt. Je geeft de schulden op die je had op 1 januari van het belastingjaar.

Er geldt een drempel: in 2026 is dat € 3.800 per persoon. Alleen het deel boven de drempel telt mee. Had je het hele jaar een fiscaal partner? Dan is de drempel samen € 7.600.

Overzicht schulden in box 3
SchuldTelt mee?
Persoonlijke leningenJa
Doorlopend kredietJa
Schulden aan familie of vriendenJa, maar niet aan je partner of je minderjarige kind
Roodstand op bankrekeningJa
Toeslagen die je moet terugbetalenJa
Erfbelasting die je nog moet betalenJa
Studieschuld (DUO)Ja, tenzij die nog een gift kan worden
Nederlandse belastingschulden (zoals inkomstenbelasting)Nee (soms geldt een uitzondering)
Hypotheek tweede woningJa
Deel hypotheek niet voor eigen woning (bijvoorbeeld voor een auto)Ja
Schuld voor je eigen woning (eigenwoningschuld)Nee (box 1)

Wat valt niet in box 3?

Een aantal vermogensonderdelen valt buiten box 3. Ze worden niet belast in box 3 of ze worden in een andere box belast.

Vermogensonderdelen die niet in box 3 vallen
VermogensonderdeelReden
Eigen woning + eigenwoningschuldValt onder box 1 (eigenwoningforfait)
OndernemingsvermogenValt onder box 1 (winst uit onderneming)
Aanmerkelijk belang (≥5% aandelen BV)Valt onder box 2
Auto, motor, caravanVrijgesteld (eigen gebruik)
InboedelVrijgesteld
Kunst (voor eigen plezier)Vrijgesteld (geen belegging)
PensioenaansprakenVrijgesteld
Lijfrentepolissen (box 1)Valt onder box 1
Contant geld tot € 672 per persoon (2026)Vrijgesteld

Eigen woning

Je eigen woning (hoofdverblijf) valt altijd onder box 1, net als de schuld voor die woning (eigenwoningschuld). De hypotheekrente is aftrekbaar in box 1 en je betaalt eigenwoningforfait. Heb je een deel van je hypotheek voor iets anders gebruikt, zoals een auto? Dan telt dat deel als schuld in box 3. Een tweede woning valt ook in box 3.

Kunst: belegging of eigen gebruik?

Hangt het schilderij bij je thuis aan de muur? Dan is het voor eigen gebruik en vrijgesteld. Ligt het in een kluis als investering? Dan is het een belegging en telt het mee in box 3. De Belastingdienst kijkt naar het doel waarvoor je het bezit.

Veelgemaakte fouten

Bij het opgeven van bezittingen en schulden in box 3 gaat het regelmatig mis. Dit zijn de meest voorkomende fouten:

1. Eigenwoningschuld als box 3-schuld opvoeren

De schuld voor je eigen woning hoort in box 1, niet in box 3. Een hypotheek op een tweede woning of beleggingspand is wel een box 3-schuld. Dat geldt ook voor het deel van je hypotheek dat je voor iets anders gebruikte, zoals een auto.

2. Crypto vergeten op te geven

Cryptocurrency valt onder overige beleggingen. Veel mensen vergeten hun crypto op te geven of weten niet dat het meetelt. De Belastingdienst kan dit controleren via buitenlandse exchanges die gegevens delen.

3. Verkeerde peildatum gebruiken

De peildatum is altijd 1 januari van het belastingjaar. Niet 31 december, niet het gemiddelde over het jaar. Doe je aangifte over 2026? Dan tel je alles op 1 januari 2026.

4. Auto meetellen

Je auto, motor of caravan hoef je niet op te geven in box 3. Deze zijn vrijgesteld als ze voor eigen gebruik zijn. Hetzelfde geldt voor je inboedel.

5. Schuldendrempel vergeten

Schulden onder de drempel (€ 3.800 in 2026) tellen niet mee. Alleen het deel daarboven verlaagt je box 3 vermogen. Had je het hele jaar een fiscaal partner? Dan is de drempel samen € 7.600.

6. Studieschuld vergeten

Je studieschuld bij DUO telt mee als schuld in box 3. Laat je hem weg, dan betaal je mogelijk te veel belasting. Alleen een studieschuld die nog een gift kan worden, telt niet mee.

Bereken je vermogensbelasting

Wil je weten hoeveel belasting je betaalt over je bezittingen en schulden? Gebruik onze gratis rekentool. Vul je spaargeld, beleggingen en schulden in en je ziet direct het resultaat.

Start de berekening

Gratis, zonder account, klaar in 30 seconden

Meer over vermogensbelasting

Ken je iemand voor wie dit ook handig is?