Ga naar inhoud

Belastingwoordenboek

Van aftrekpost tot zorgtoeslag: alle termen die je tegenkomt bij je belastingaangifte, in gewone taal uitgelegd.

61 termen

Hier vind je de belastingtermen die je tegenkomt bij je aangifte, je toeslagen en je vermogen, in gewone taal uitgelegd. Klik hierboven op een letter, of zoek een woord met Ctrl+F (Cmd+F op een Mac). Bij veel termen staat een link naar een pagina met meer uitleg of een rekentool. Wil je extra inleggen voor je pensioen? Lees dan ook hoe jaarruimte en reserveringsruimte samenhangen.

A

Aanmerkelijk belang
Je bezit minimaal 5% van de aandelen in een bv of nv. Inkomsten daaruit vallen in box 2.
Aanslag
De officiële berekening van de Belastingdienst over hoeveel belasting je moet betalen of terugkrijgt.
Accijns
Extra belasting bovenop de prijs van bepaalde producten zoals brandstof, alcohol en tabak.
Aftrekpost
Een uitgave die je van je belastbaar inkomen mag aftrekken, waardoor je over een lager bedrag belasting betaalt.Bekijk alle aftrekposten
Algemene heffingskorting
Een basiskorting op je belasting voor iedereen met inkomen. In 2026 maximaal € 3.115. Bouwt af naarmate je meer verdient.
Alleenstaande-ouderkop
Extra bedrag bovenop het kindgebonden budget als je alleenstaande ouder bent.
ANBI
Algemeen Nut Beogende Instelling: een door de Belastingdienst erkend goed doel waaraan je giften fiscaal aftrekbaar zijn.Lees meer over ANBI's
AOW-franchise
Het deel van je inkomen waarover je geen aanvullend pensioen hoeft op te bouwen, omdat de AOW dat al dekt.
Arbeidskorting
Een korting op je belasting omdat je werkt. In 2026 maximaal € 5.685. Bouwt op bij laag inkomen en bouwt af bij hoog inkomen.

B

Basishuur
Het deel van de huur dat je altijd zelf betaalt. Over de huur boven dit bedrag kun je huurtoeslag krijgen.
Belastbaar inkomen
Je bruto-inkomen minus aftrekposten. Over dit bedrag berekent de Belastingdienst je belasting.
Belastingschijven
De delen waarin je inkomen wordt opgedeeld voor de belasting. Elk deel heeft een eigen tarief. Over het eerste deel betaal je het minst.Bekijk de belastingschijven
Beschikking
Een officieel besluit van de Belastingdienst, bijvoorbeeld over toeslagen of de hoogte van een toeslag.
Bezwaar
Een officieel verzoek om een beslissing van de Belastingdienst te heroverwegen. Moet binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag.
Bijtelling
Rijd je privé in een auto van de zaak? Dan telt een percentage van de cataloguswaarde als extra loon. Daarover betaal je belasting. Voor een benzineauto is dat 22%, voor een elektrische auto minder over de eerste € 30.000.Zo werkt de bijtelling
Box 1
Box 1 is het inkomen uit werk en woning: je salaris, uitkering, pensioen of winst als ondernemer.
Box 2
Box 2 is voor inkomen uit aanmerkelijk belang: je bezit minimaal 5% van de aandelen in een bv of nv.
Box 3
Box 3 is voor inkomen uit sparen en beleggen. Je betaalt belasting over je vermogen boven het heffingsvrij vermogen.
BSO
Buitenschoolse opvang: opvang voor basisschoolkinderen voor en na schooltijd en in de vakanties.
Btw
Belasting over de toegevoegde waarde. Zit in de prijs van bijna alles wat je koopt. Het standaardtarief is 21%, het lage tarief 9%. Een ondernemer rekent btw aan zijn klanten en draagt die af aan de Belastingdienst.Alles over btw

C

Cataloguswaarde
De nieuwprijs van een auto inclusief btw, bpm en fabrieksopties. Over dit bedrag wordt de bijtelling voor een auto van de zaak berekend, ook als de auto al ouder is.Bereken je bijtelling

D

Definitieve aanslag
De definitieve aanslag is de eindafrekening van de Belastingdienst over een belastingjaar. Dit is niet hetzelfde als de voorlopige aanslag.
DigiD
Je digitale identiteitsbewijs waarmee je inlogt bij overheidsorganisaties, zoals de Belastingdienst.
Drempel giftenaftrek
Het minimumbedrag aan gewone giften voordat je ze mag aftrekken: 1% van je drempelinkomen, met een minimum van € 60.
Drempelbedrag zorgkosten
Het minimumbedrag aan zorgkosten voordat je ze mag aftrekken. De drempel hangt af van je inkomen: hoe hoger je inkomen, hoe hoger de drempel.Lees meer over zorgkostenaftrek
Drempelinkomen
Je verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten. Voor de meeste mensen is dit (nagenoeg) gelijk aan het verzamelinkomen.

E

Effectief tarief
Het gemiddelde belastingpercentage over je totale inkomen. Dit is lager dan het marginale tarief door heffingskortingen en lagere schijven.
Eigenwoningforfait
Een bijtelling op je inkomen op basis van de WOZ-waarde van je woning. Het verlaagt je netto hypotheekrenteaftrek.Lees meer over eigenwoningforfait

F

Factor A
Het bedrag waarmee je pensioenfonds jaarlijks je pensioen opbouwt. Te vinden op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO).
Fiscaal partner
Je fiscaal partner is je echtgenoot of geregistreerd partner. Woon je ongetrouwd samen op hetzelfde adres? Dan ben je fiscaal partner als je bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract of samen een kind hebt.

G

Gastouderopvang
Opvang bij een geregistreerde gastouder thuis, voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Het maximum uurtarief is lager dan bij dagopvang of BSO.
Gewone gift
Een eenmalige of onregelmatige gift aan een ANBI. Aftrekbaar boven de drempel (1% van je drempelinkomen, minimaal € 60) tot het maximum (10%).

H

Heffingskorting
Een heffingskorting is een korting op de belasting die je moet betalen. De hoogte hangt af van je inkomen. Bij een hoger inkomen worden de meeste kortingen lager.Lees meer over heffingskortingen
Heffingsvrij vermogen
Het deel van je spaargeld en beleggingen waarover je geen belasting betaalt in box 3.
Hillen-regeling
Een aftrek als je geen of een kleine hypotheek hebt. Is je eigenwoningforfait hoger dan je hypotheekrente, dan mag je een deel van het verschil aftrekken. De regeling wordt sinds 2019 afgebouwd. In 2026 krijg je nog 71,867% van het verschil. Vanaf 1 januari 2041 vervalt de aftrek helemaal.
Huurtoeslag
Een bijdrage van de overheid als je huurt en een laag inkomen hebt. De hoogte hangt af van je huur, inkomen en huishoudsamenstelling.Bereken je huurtoeslag
Hypotheekrenteaftrek
De rente die je betaalt over je hypotheek mag je aftrekken van je belastbaar inkomen. Daardoor betaal je minder belasting.Bereken je hypotheekrenteaftrek

I

Inkomstenbelasting
Belasting die je betaalt over je inkomen uit werk, woning, aanmerkelijk belang of vermogen. Verdeeld over drie boxen.Lees meer over inkomstenbelasting

J

Jaarruimte
Het maximale bedrag dat je per jaar fiscaal voordelig mag inleggen voor pensioen via een lijfrenteproduct.Bereken je jaarruimte

K

Kinderopvangtoeslag
Een bijdrage van de overheid in de kosten van kinderopvang, BSO of gastouderopvang. De hoogte hangt af van je inkomen, het aantal opvanguren en het soort opvang.Lees meer over kinderopvangtoeslag
Kindgebonden budget
Een toeslag voor ouders met kinderen tot 18 jaar. De hoogte hangt af van je inkomen, het aantal kinderen en hun leeftijd. Alleenstaande ouders krijgen extra.Bereken je kindgebonden budget
Kleineondernemersregeling
Btw-regeling voor ondernemers met een omzet tot € 20.000 per jaar (KOR). Je rekent geen btw en doet geen btw-aangifte, maar vraagt ook geen btw terug op je kosten.Zo werkt de KOR

L

Landelijk Register Kinderopvang
Het register waarin alle goedgekeurde kinderopvanglocaties in Nederland staan. Je opvang moet hierin geregistreerd zijn om recht te hebben op kinderopvangtoeslag.
Lijfrentepremie
De premie die je betaalt voor een lijfrenteproduct (verzekering, banksparen of beleggen). Aftrekbaar tot je jaarruimte.
Loonheffing
Een combinatie van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz) die je werkgever, uitkeringsinstantie of pensioenfonds inhoudt op je loon, uitkering of pensioen.

M

Marginaal tarief
Het belastingtarief dat je betaalt over de laatst verdiende euro. Hoe hoger je inkomen, hoe hoger dit tarief.
Maximum uurprijs
Het hoogste uurtarief waarover je kinderopvangtoeslag krijgt. Is het tarief van je opvang hoger, dan betaal je het verschil zelf.

N

Normpremie
Het bedrag dat je geacht wordt zelf te kunnen betalen aan zorgverzekering. Het verschil met de standaardpremie bepaalt je zorgtoeslag.

O

Onherroepelijk vaststaan
Een aanslag staat onherroepelijk vast als de bezwaartermijn van zes weken is verstreken en je geen bezwaar hebt gemaakt.

P

Periodieke gift
Een gift aan een ANBI of aan een vereniging met minstens 25 leden, die je minimaal 5 jaar achter elkaar doet en vastlegt in een schriftelijke overeenkomst. Aftrekbaar zonder drempel. In 2026 is de aftrek maximaal € 1.500.000 voor jou en je fiscale partner samen.
Premie volksverzekeringen
Premies voor AOW, Anw en Wlz die je via de loonheffing betaalt. Zitten samen met inkomstenbelasting in de eerste schijf.
Progressief tarief
Hoe meer je verdient, hoe hoger het percentage belasting dat je betaalt.

R

Rekenhuur
De huur waarmee de huurtoeslag wordt berekend. Bij een woning is dat je kale huur: de huur zonder servicekosten en zonder gas, water en licht. Tot en met 2025 telden een paar servicekosten nog mee, sinds 2026 niet meer.
Reserveringsruimte
Jaarruimte die je in de afgelopen 10 jaar niet hebt gebruikt. Die mag je alsnog gebruiken om lijfrentepremie af te trekken.Lees meer over reserveringsruimte

T

Toeslagpartner
Je toeslagpartner is de persoon met wie je samen toeslagen ontvangt. Dit is niet altijd hetzelfde als je fiscaal partner.
Toetsingsinkomen
Het inkomen dat de Belastingdienst gebruikt om te bepalen of je recht hebt op toeslagen en hoe hoog die zijn. Meestal gelijk aan je verzamelinkomen.Lees meer over toetsingsinkomen

V

Verzamelinkomen
Al je inkomen uit box 1, box 2 en box 3 bij elkaar, min je aftrekposten. Voor de meeste mensen is het verzamelinkomen gelijk aan het toetsingsinkomen.
Voorbelasting
De btw die een ondernemer zelf betaalt op zijn inkopen en kosten. Die mag hij in zijn btw-aangifte aftrekken, behalve als hij de kosten maakt voor omzet die vrijgesteld is van btw.Vrijgesteld of 0%: het verschil
Voorlopige aanslag
De schatting van de Belastingdienst voordat je aangifte hebt gedaan. Je betaalt of ontvangt alvast op basis van deze schatting.

W

WOZ-waarde
De waarde van je woning die jaarlijks door de gemeente wordt vastgesteld. Basis voor het eigenwoningforfait en de onroerendezaakbelasting.

Z

Zorgtoeslag
Een bijdrage van de overheid in de kosten van je zorgverzekering. Afhankelijk van je inkomen en of je een toeslagpartner hebt.Bereken je zorgtoeslag

Jaarruimte en reserveringsruimte: zo hangen ze samen

Leg je zelf extra in voor je pensioen, bijvoorbeeld met een lijfrente of banksparen? Dan mag je die inleg alleen aftrekken als je een pensioentekort hebt. Hoeveel je mag aftrekken, hangt af van twee bedragen:

  • Jaarruimte is wat je dit jaar mag aftrekken. Je jaarruimte voor 2026 hangt af van je inkomen en je pensioenopbouw in 2025.
  • Reserveringsruimte is jaarruimte die je eerder niet hebt gebruikt. Die mag je nog 10 jaar gebruiken. In 2026 gaat het om de jaarruimte van 2016 tot en met 2025. Ruimte uit 2016 die je in 2026 niet gebruikt, vervalt.

Wat doe je eerst?

  1. Pak je jaaropgaaf over 2025 en je pensioenoverzicht (UPO) erbij. Daarin staan je inkomen en je pensioenopbouw.
  2. Reken uit hoeveel jaarruimte en reserveringsruimte je hebt. Bereken je jaarruimte.
  3. Betaal je inleg vóór 1 januari 2027. Alleen wat je in 2026 betaalt, trek je af in je aangifte over 2026.
  4. Heb je allebei? Gebruik dan eerst je reserveringsruimte. Dat adviseert de Belastingdienst, omdat oude ruimte anders kan vervallen.

Meer weten? Lees hoe reserveringsruimte werkt.

Ken je iemand voor wie dit ook handig is?