Belastingwoordenboek
Van aftrekpost tot zorgtoeslag: alle termen die je tegenkomt bij je belastingaangifte, in gewone taal uitgelegd.
mrt. 202650+ termen
Belastingaangifte doen kan ingewikkeld aanvoelen. Niet omdat het moeilijk is, maar omdat de Belastingdienst veel vaktermen gebruikt. In dit woordenboek leggen we de belangrijkste termen uit in mensentaal. Geen kleine lettertjes, wel concrete uitleg.
A
- Aanmerkelijk belang
- Je bezit minimaal 5% van de aandelen in een bv of nv. Inkomsten daaruit vallen in box 2.
- Aanslag
- De officiële berekening van de Belastingdienst over hoeveel belasting je moet betalen of terugkrijgt.
- Aanslagen
- De officiële berekeningen van de Belastingdienst over hoeveel belasting je moet betalen of terugkrijgt.
- Accijns
- Extra belasting bovenop de prijs van bepaalde producten zoals brandstof, alcohol en tabak.
- Aftrekpost
- Een uitgave die je van je belastbaar inkomen mag aftrekken, waardoor je over een lager bedrag belasting betaalt.Bekijk alle aftrekposten
- Algemene heffingskorting
- Een basiskorting op je belasting voor iedereen met inkomen. In 2025 maximaal € 3.068. Bouwt af naarmate je meer verdient.
- Alleenstaande-ouderkop
- Extra bedrag bovenop het kindgebonden budget als je alleenstaande ouder bent.
- ANBI
- Algemeen Nut Beogende Instelling: een door de Belastingdienst erkend goed doel waaraan je giften fiscaal aftrekbaar zijn.Lees meer over ANBI's
- AOW-franchise
- Het deel van je inkomen waarover je geen aanvullend pensioen hoeft op te bouwen, omdat de AOW dat al dekt.
- Arbeidskorting
- Een korting op je belasting omdat je werkt. In 2025 maximaal € 5.599. Bouwt op bij laag inkomen en bouwt af bij hoog inkomen.
B
- Basishuur
- Het deel van de huur dat je altijd zelf betaalt. Over de huur boven dit bedrag kun je huurtoeslag krijgen.
- Belastbaar inkomen
- Je bruto-inkomen minus aftrekposten. Over dit bedrag berekent de Belastingdienst je belasting.
- Belastingschijven
- De delen waarin je inkomen wordt opgedeeld voor de belasting. Elk deel heeft een eigen tarief — over het eerste deel betaal je het minst.Bekijk de belastingschijven
- Beschikking
- Een officieel besluit van de Belastingdienst, bijvoorbeeld over toeslagen of de hoogte van een toeslag.
- Beschikkingen
- Officiële besluiten van de Belastingdienst, bijvoorbeeld over toeslagen of de hoogte van een toeslag.
- Bezwaar
- Een officieel verzoek om een beslissing van de Belastingdienst te heroverwegen. Moet binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag.
- Box 1
- Box 1 is het inkomen uit werk en woning: je salaris, uitkering, pensioen of winst als ondernemer.
- Box 2
- Box 2 is voor inkomen uit aanmerkelijk belang: je bezit minimaal 5% van de aandelen in een bv of nv.
- Box 3
- Box 3 is voor inkomen uit sparen en beleggen. Je betaalt belasting over je vermogen boven het heffingsvrij vermogen.
- BSO
- Buitenschoolse opvang: opvang voor basisschoolkinderen voor en na schooltijd en in de vakanties.
- Btw
- Belasting over de toegevoegde waarde. Zit in de prijs van bijna alles wat je koopt. Het standaardtarief is 21%, het lage tarief 9%.
D
- Definitieve aanslag
- De definitieve aanslag is de eindafrekening van de Belastingdienst over een belastingjaar. Dit is niet hetzelfde als de voorlopige aanslag.
- DigiD
- Je digitale identiteitsbewijs waarmee je inlogt bij overheidsorganisaties, zoals de Belastingdienst.
- Drempel giftenaftrek
- Het minimumbedrag aan gewone giften voordat je ze mag aftrekken: 1% van je drempelinkomen, met een minimum van € 60.
- Drempelbedrag
- Het drempelbedrag is een minimumbedrag. Pas als het verschil daarboven uitkomt, krijg je iets terug. Voor middeling is dat € 545.
- Drempelbedrag zorgkosten
- Het minimumbedrag aan zorgkosten voordat je ze mag aftrekken. De drempel hangt af van je inkomen: hoe hoger je inkomen, hoe hoger de drempel.Lees meer over zorgkostenaftrek
- Drempelinkomen
- Je verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten. Voor de meeste mensen is dit (nagenoeg) gelijk aan het verzamelinkomen.
E
- Effectief tarief
- Het gemiddelde belastingpercentage over je totale inkomen. Dit is lager dan het marginale tarief door heffingskortingen en lagere schijven.
- Eigenwoningforfait
- Een bijtelling op je inkomen op basis van de WOZ-waarde van je woning. Het verlaagt je netto hypotheekrenteaftrek.Lees meer over eigenwoningforfait
F
- Factor A
- Het bedrag waarmee je pensioenfonds jaarlijks je pensioen opbouwt. Te vinden op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO).
- Fiscaal partner
- Je fiscaal partner is de persoon met wie je samen aangifte doet. Meestal je echtgenoot, geregistreerd partner, of de persoon waarmee je samenwoont met notarieel samenlevingscontract.
G
- Gastouderopvang
- Opvang bij een geregistreerde gastouder thuis, voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Het maximum uurtarief is lager dan bij dagopvang of BSO.
- Gewone gift
- Een eenmalige of onregelmatige gift aan een ANBI. Aftrekbaar boven de drempel (1% van je drempelinkomen, minimaal € 60) tot het maximum (10%).
H
- Heffingskorting
- Een heffingskorting is een korting op de belasting die je moet betalen. Hoe meer je verdient, hoe lager de korting.Lees meer over heffingskortingen
- Heffingskortingen
- Kortingen op de belasting die je moet betalen. Hoe meer je verdient, hoe lager de kortingen. De twee belangrijkste zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.Lees meer over heffingskortingen
- Heffingsvrij vermogen
- Het deel van je spaargeld en beleggingen waarover je geen belasting betaalt in box 3.
- Hillen-regeling
- Een regeling die voorkomt dat je belasting betaalt over je eigen woning als je hypotheek (bijna) is afgelost. Wordt sinds 2019 afgebouwd met 3⅓% per jaar.
- Huurtoeslag
- Een bijdrage van de overheid als je huurt en een laag inkomen hebt. De hoogte hangt af van je huur, inkomen en huishoudsamenstelling.Bereken je huurtoeslag
- Hypotheekrenteaftrek
- De rente die je betaalt over je hypotheek mag je aftrekken van je belastbaar inkomen. Daardoor betaal je minder belasting.Bereken je hypotheekrenteaftrek
I
- Indicatief
- De uitkomst geeft een schatting. Het is geen officiële berekening van de Belastingdienst.
- Inkomstenbelasting
- Belasting die je betaalt over je inkomen uit werk, woning, aanmerkelijk belang of vermogen. Verdeeld over drie boxen.Lees meer over inkomstenbelasting
J
- Jaarruimte
- Het maximale bedrag dat je per jaar fiscaal voordelig mag inleggen voor pensioen via een lijfrenteproduct.Bereken je jaarruimte
K
- Kinderopvangtoeslag
- Een bijdrage van de overheid in de kosten van kinderopvang, BSO of gastouderopvang. De hoogte hangt af van je inkomen, het aantal opvanguren en het soort opvang.Lees meer over kinderopvangtoeslag
- Kindgebonden budget
- Een toeslag voor ouders met kinderen tot 18 jaar. De hoogte hangt af van je inkomen, het aantal kinderen en hun leeftijd. Alleenstaande ouders krijgen extra.Bereken je kindgebonden budget
L
- Landelijk Register Kinderopvang
- Het register waarin alle goedgekeurde kinderopvanglocaties in Nederland staan. Je opvang moet hierin geregistreerd zijn om recht te hebben op kinderopvangtoeslag.
- Lijfrentepremie
- De premie die je betaalt voor een lijfrenteproduct (verzekering, banksparen of beleggen). Aftrekbaar tot je jaarruimte.
- Loonheffing
- Een combinatie van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz) die je werkgever inhoudt op je salaris.
M
- Marginaal tarief
- Het belastingtarief dat je betaalt over de laatst verdiende euro. Hoe hoger je inkomen, hoe hoger dit tarief.
- Maximum uurprijs
- Het hoogste uurtarief waarover je kinderopvangtoeslag krijgt. Is het tarief van je opvang hoger, dan betaal je het verschil zelf.
N
- Netto huur
- Je kale huur plus servicekosten, zonder kosten voor gas, water en licht. Dit bedrag telt mee voor huurtoeslag.
- Normpremie
- Het bedrag dat je geacht wordt zelf te kunnen betalen aan zorgverzekering. Het verschil met de standaardpremie bepaalt je zorgtoeslag.
O
- Onherroepelijk vaststaan
- Een aanslag staat onherroepelijk vast als de bezwaartermijn van zes weken is verstreken en je geen bezwaar hebt gemaakt.
P
- Periodieke gift
- Een gift die je minimaal 5 jaar achter elkaar doet, vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Volledig aftrekbaar zonder drempel en zonder maximum.
- Premie volksverzekeringen
- Premies voor AOW, Anw en Wlz die je via de loonheffing betaalt. Zitten samen met inkomstenbelasting in de eerste schijf.
- Progressief tarief
- Hoe meer je verdient, hoe hoger het percentage belasting dat je betaalt.
R
- Reserveringsruimte
- Onbenutte jaarruimte uit de afgelopen 7 jaar die je alsnog kunt gebruiken voor lijfrentepremie-aftrek.Lees meer over reserveringsruimte
T
- Toeslagpartner
- Je toeslagpartner is de persoon met wie je samen toeslagen ontvangt. Dit is niet altijd hetzelfde als je fiscaal partner.
- Toetsingsinkomen
- Het inkomen dat de Belastingdienst gebruikt om te bepalen of je recht hebt op toeslagen en hoe hoog die zijn. Meestal gelijk aan je verzamelinkomen.Lees meer over toetsingsinkomen
V
- Verzamelinkomen
- De som van je inkomen uit box 1, box 2 en box 3. Voor de meeste mensen is het verzamelinkomen gelijk aan het toetsingsinkomen.
- Voorlopige aanslag
- De schatting van de Belastingdienst voordat je aangifte hebt gedaan. Je betaalt of ontvangt alvast op basis van deze schatting.
W
- WOZ-waarde
- De waarde van je woning die jaarlijks door de gemeente wordt vastgesteld. Basis voor het eigenwoningforfait en de onroerendezaakbelasting.
Z
- Zorgtoeslag
- Een bijdrage van de overheid in de kosten van je zorgverzekering. Afhankelijk van je inkomen en of je een toeslagpartner hebt.Bereken je zorgtoeslag
Ken je iemand voor wie dit ook handig is?
Bronnen